Welkom > Overige dieren > Cavia > Geschiedenis

Geschiedenis


We weten dat de cavia oorspronkelijk uit het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte komt.

De Inca's hielden ze al als huisdier voor de vlees- en leerproductie.

In Midden- en Zuid-Amerika werden de beestjes voor het vlees gefokt. In deze streken wordt ook nu nog caviavlees gegeten. In Peru en Brazilië leven nog steeds cavia's in het wild. Deze zogenaamde rotscavia's leven in droge steenachtige gebieden, zich verschuilend onder rotsblokken en in spleten bij gevaar. Ze wonen in holen die ofwel zelf gegraven worden ofwel "gekraakt" worden. Ze zijn (in de natuur) vooral in de schemering en 's nachts actief. In groepen van 5 tot 10 dieren wordt voedsel gezocht.

In de 16e eeuw is de cavia in Europa geïmporteerd door de Spanjaarden, waarschijnlijk via Suriname vanuit Zuid-Amerika.

Eerst werden ze als speeldiertje gezien, later werden ze ook gebruikt voor medisch en cosmetisch onderzoek.

Als rassen kennen we onder andere: Abessijn, Hollander, Rus, Schildpad, Agouti, Angora, Sheltie en de Gekuifde.



Cavia’s worden ook wel eens marmot genoemd.
Dit klopt niet. De echte marmotten zijn de “Murmeltiere” die in de Alpen voorkomen.

In Duitsland worden ze "Meerschweinchen" genoemd. Ze kwamen van over de zee en knorden en liepen als een varken en hebben zo hun naam gekregen.

In Engeland worden ze "guinea-pig" genoemd, vanwege het feit dat ze vroeger één "guinea" kostten (een oude Engelse munt).