Welkom > Kat > Wormen

Wormen

Wanneer ontwormen?

Het is verstandig kittens te ontwormen op 4, 6 en 8 weken leeftijd.

Vaak echter worden kittens op een leeftijd van 8 á 9 weken door de nieuwe eigenaar uit het nest gehaald en is er van ontworming nog helemaal geen sprake geweest.
In dat geval adviseren wij om 3 keer te ontwormen met een tussenpoos van 3 weken en vervolgens 2 keer met 2 maanden ertussen.

We vinden het niet zo belangrijk dat u precies bijhoudt hoeveel tijd er nu ook al weer tussen de ontwormingen zit. Het zijn grove richtlijnen, het belangrijkste is dat het ontwormen er niet bij in schiet.

In tegenstelling tot de pup worden kittens weliswaar niet al voor de geboorte besmet, maar wel via de moedermelk.
Daarom is het zo belangrijk om al jong te beginnen.

De moederdieren moeten gelijk met hun jongen behandeld worden.

Tijdens de dracht hoeft niet ontwormd te worden: de larven in het lichaam worden dan niet bereikt.

Aangeraden wordt om de overige honden en katten in huis in diezelfde periode 1 keer te ontwormen, ook als dit buiten hun normale ontworming valt.

Net als bij de hond adviseren we om hierna hun leven lang minstens 4x per jaar blijven ontwormen!

Waartegen ontwormen?

Bij katten in Nederland met name tegen de spoelworm en de lintworm. Eventueel extra tegen Giardia.

Waarmee ontwormen ?

Ontwormen kan simpel, relatief goedkoop en met diverse middelen.

In overleg met dierenarts en assistentes kan bekeken worden wat voor uw dier(-en ) en in uw situatie, de beste methode is.

Hoef je alleen te ontwormen als je wormen in de ontlasting ziet?

NEE !!!
Heel vaak is er sprake van een onmerkbare infectie.

Het is wel zo dat zodra u wormen daadwerkelijk ziet, een keertje extra moet ontwormen. Dat is logisch.

De meeste mensen weten wel hoe je wormen kunt herkennen.
De beruchte "elastiekjes" zijn de spoelwormen.
De "rijstekorreltjes" of "sesamzaadjes", hetzij op de ontlasting, hetzij bij de anus, zijn lintwormen.
Lintwormen kunnen overigens overgebracht worden via besmette vlooien. Dus het is dan ook van belang een vlooienmiddel te gebruiken.

Waarom is ontwormen zo belangrijk?

Behalve het onhygiënische aspect, kunnen sommige wormen schadelijke parasieten zijn voor hond, kat en ook voor de mens!

De meest belangrijke worm bij de hond is de hondenspoelworm ( Toxocara canis ) en bij de kat de kattenspoelworm ( Toxocara cati ).

Ongeveer 20-30 % van de volwassen honden is hiermee besmet.
Bij pups kan dit percentage oplopen tot 90 % !

De verschijnselen bij dieren kunnen uiteenlopen van een bol gassig buikje ( het zogenaamde “wormenbuikje “ ), tot diarree, braken en groeiachterstand.
Bij echt heel grote aantallen wormen kan een stukje darm in een ander stuk schuiven (we spreken van een "invaginatie") en kan een levensbedreigende situatie ontstaan.
Gelukkig komt dit slechts zelden voor.

Toxocariasis (spoelwormziekte) is een zoönose, dwz dat de mens via dieren besmet kan raken.

Niet iedereen die besmet is, heeft klachten. Net als bij hond en kat maken de larven een trektocht door het lichaam. Echter bij de mens groeien ze niet uit tot volwassen wormen. Was dit wel het geval, dan zou iedereen dat dermate smerig vinden, dat niemand meer zou vergeten om secuur te ontwormen!

Bij de mens gaan de larven over in een ruststadium en sterven na  verloop van  tijd af. Meestal merken we hier niets van, maar soms gaat het gepaard met vage griepachtige verschijnselen (koorts, buikpijn, hoesten,enz.)

Heel soms kan een larve van een worm op een gevaarlijke plaats (zoals hersenen, ogen of hart) terecht komen, maar gelukkig bijna nooit. 

Er is ook een relatie vastgesteld tussen de aanwezigheid van antistoffen tegen Toxocara  en het ontstaan van chronische luchtwegaandoeningen. Dit komt omdat bij kinderen, die aanleg hebben voor astma, het optreden van allergie wordt versterkt door een langdurige Toxocara-infectie.

Veel kinderen besmetten zich in openbare zandbakken, parken en speeltuinen. In Nederland blijkt dat gemiddeld 10% van de kinderen tot 10 jaar en 30% van de volwassenen vanaf 40 jaar in het bloed antistoffen tegen Toxocara hebben, ofwel een besmetting door hebben gemaaakt.

De eitjes die in de ontlasting van een met spoelwormen besmette hond of kat worden uitgescheiden zijn niet besmettelijk. Er is namelijk een rijpingsperiode nodig van minimaal enkele weken. Daarom vindt besmetting niet plaats door direct contact met het dier, maar vanuit de omgeving.

Giardia is ook een zoönose. Het is een eencellige parasiet (geen worm), die leeft in de dunne darm en wereldwijd bij vrijwel alle zoogdieren (incl. de mens) voorkomt. Besmette dieren scheiden via de ontlasting cysten uit, die in het milieu achterblijven. Via besmet voedsel of drinkwater kan Giardia dan weer nieuwe slachtoffers maken..

Bij honden worden besmettingspercentages tot wel 30% gevonden. Ook katten zijn regelmatig besmet. Maar we merken er heel weinig van omdat de meeste besmettingen zonder symptomen verlopen. Vooral jonge dieren kunnen er ziek van worden. Zij krijgen dan last van diarree, braken, gewichtsverlies en verteringsproblemen.

Zoals al eerder genoemd, moet bij een Giardia-besmetting een ander wormmiddel gebruikt worden dan de meeste standaardmiddelen. Bij de meeste Giardiabesmettingen is er echter sprake van hardnekkige diarree (meestal bij jonge kittens) en zal op de praktijk gezocht worden naar de aanwezigheid van deze parasiet.


.
KORTOM: regelmatig ontwormen ! Alstublieft, het is belangrijk!!

Overigens is het een misverstand dat dieren die niet buiten komen (zoals veel katten in Amsterdam), niet ontwormd zouden moeten worden. U komt immers zelf wel buiten. Aan de Universiteit zijn deurmatten onderzocht. En juist: u brengt ze zelf mee. Zeker in een druk met dieren bevolkte stad als Amsterdam.

Meer weten over wormen?

Voor wie geïnteresseerd is geraakt in wormen en hun besmettingsroutes, volgt nu een uitgebreider verhaal.

Maar het belangrijkste blijft: routinematig ontwormen, op z’n allerminst 2x per jaar!

Zoals al eerder genoemd, is de meest algemene parasitaire worm bij de hond de hondenspoelworm, Toxocara canis; bij de kat Toxocara cati genaamd.

De levenscyclus van beide wormen komt in grote lijnen overeen.
We concentreren ons in deze tekst op de hondenvariant.

TOXOCARA CANIS is de grootste spoelworm die in de hond voorkomt.

De vrouwtjesworm is 9 tot 18 cm lang. Het mannetje ongeveer half zo groot.
De volwassen wormen leven in de darm van de hond tussen het voedsel.
Het enige wat ze doen is: eten en zich voortplanten.
Het vrouwtje produceert wel 200.000 eitjes per dag.
Spoelwormen bestaan dan ook bijna uitsluitend uit geslachtsorgaan en een huidje eromheen.
Zo’n spoelworm leeft naar schatting ongeveer een jaar in de darm en –reken maar uit- legt dan zeker 70 miljoen eitjes.
Deze eitjes komen met de hondenpoep mee naar buiten.
In ieder eitje ontwikkelt zich een larve, ’s zomers in een week of 2, 's winters kan dit maanden duren.
Dit eitje-met-larve ( dit noemen we een geëmbryoneerde larve ), kan nu een andere hond besmetten.
Soms gebeurt dit snel, maar dit kan ook jaren duren.
Zo kunnen er verspreid over stoepen, velden, zandbakken honderden miljoenen eitjes op hun kans liggen te wachten.
Ik kan het niet helpen, maar ik krijg altijd associaties met sciencefictionfilms als “invasion of the aliens”, maar dit terzijde.
Deze eitjes zijn niet met het blote oog te zien, want ze zijn kleiner dan 0,1 mm.
Doordat ze kleverig zijn blijven ze gemakkelijk aan poten of vacht zitten.
De besmetting geschiedt hierna door oplikken en doorslikken.
In deze nieuwe hond ( de nieuwe “gastheer” ) ontwikkelt de larve zich verder.

Het verhaal wordt nu steeds onsmakelijker, u bent gewaarschuwd!

Via de maag en de dunne darm komen de larven in het bloed terecht.
Via het bloed eerst naar de lever en dan naar de longen.
Vanuit de longen kunnen de larven via ophoesten en opnieuw inslikken opnieuw op reis gaan naar maag en darmen.
Echter nu zijn ze al verder in hun ontwikkeling en in 4 a 5 weken tijd groeien ze in de darm uit tot volwassen wormen die ook weer eitjes produceren.
De larven kunnen ook gaan zwerven door het hondenlichaam ( overigens bij besmetting bij de mens dus ook door het mensenlichaam…), en in allerlei organen ingekapseld worden.
Ze kunnen daar nog jarenlang voortleven, maar in principe komen ze niet meer vrij en gaan uiteindelijk dood.
ECHTER: bij de teef kunnen bij dracht of loopsheid de wormlarven door de hormoonveranderingen toch weer in het bloed komen en zo via baarmoeder en moedermelk de pups besmetten.
Dit is dus de reden dat bijna alle pups (90%) besmet met de hondenspoelworm ter wereld komen.

Hoe erg is het nou eigenlijk als de mens besmet raakt?

Het afweersysteem van de mens komt gelukkig bij besmetting fanatiek op gang. Hierdoor kan de geëmbryoneerde larve niet volwassen worden, want kan niet de tweede reis maken na hoesten en doorslikken. (zou ook wel een uiterst onsmakelijke gedachte zijn, niet dan?). Gelukkig maar.
Echter ze kunnen wel vanuit de lever via het bloed overal in het lichaam terechtkomen en ingekapseld worden.
De genoemde afweerreactie tegen de worm lijkt een beetje op een allergie.
Bestaande allergieën kunnen hierdoor verergeren.

Heel soms kan de larve op een gevaarlijke plek terechtkomen, zoals hersenen, ogen of hart.
Gelukkig komt dat bijna nooit voor.
Geschat wordt in Nederland 1x per jaar een worm in een oog gevonden en dat lijkt me er toch 1 te veel..!

Vervelend is, dat er slecht achter te komen is of iemand besmet is.
Omdat er toch geen goede wormmiddelen zijn voor door het lichaam verspreid zittende wormen ( wel voor wormen in de darm overigens ), maakt dat ook niet zo veel uit.



Nog een goede reden om te ontwormen. Heeft u al van de “vossenlintworm” gehoord?

De Echinococcus Multilocularis, de vossenlintworm, komt voor in het noordelijk halfrond (Noord-Amerika, Noord- en Centraal- Eurazië).
In West- en Midden-Europa zijn 14 landen erkend als besmette gebieden: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Hongarije, Italië, Liechtenstein, Nederland, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Tsjechië en Zwitserland.
Het eerste stadium van deze worm kan in kleine knaagdieren zitten, zoals muizen en ratten. De vos is eindgastheer.
Hond of kat kunnen besmet worden door muizen of ratten op te eten. In Nederland is tot nog toe het hoogste risico in Zuid-Limburg en Groningen.
Deze lintworm is voor hond en kat niet echt schadelijk, maar er is een (weliswaar klein) risico dat via hond of kat de mens besmet wordt.
Dit zou kunnen leiden tot een zeer ernstige longaandoening. Ook is eind 2008 bij een patiënte uit Zuid-Limburg een infectie met deze worm vastgesteld.Aanvankelijk werd -nota bene!- gedacht aan een tumoruitzaaiing in de lever.


Overigens is dit de reden dat tegenwoordig terughoudendheid geboden is om bij een boswandeling lekker van de rijpe bramen te snoepen in gebieden waar vossen voorkomen.



ZOÖNOSES

De kreet "zoönoses" is hierboven diverse malen gebruikt.
Bent u nieuwsgierig geworden naar ook overige mogelijke zoönoses: er is een erg duidelijke site van het RIVM: www.ziekdoordier.nl.