Welkom > Kat > Vaccinatie

Vaccinatie


Kattenziekte

Kattenziekte wordt veroorzaakt door een zeer besmettelijk parvovirus en kan op alle leeftijden voorkomen. Het virus is resistent tegen hitte en veel desinfecterende middelen en kan maandenlang infectieus blijven.

Katten hoeven gťťn direct contact met andere katten te hebben om besmet te worden! Indirect contact is de meest gebruikelijke route, waardoor zelfs pure binnenkatten blootstaan aan een mogelijke besmetting. Het virus kan gemakkelijk bijvoorbeeld via je schoenen binnengebracht worden.

De ziekte-verschijnselen zijn ernstige maag- en darmklachten met vaak uitdroging als gevolg.

Indien jonge katjes al in de baarmoeder besmet raken met het virus, resulteert dit meestal in een hersenaandoening.

De kans op genezing is klein.

VACCINATIESCHEMA KATTENZIEKTE

De 1e vaccinatie wordt (samen met bescherming tegen niesziekte) gegeven op 9 weken leeftijd; de 2e op 12 weken. Daarna na 1 jaar. Hiervoor zturen wij u een oproep thuis.

Het heef geen zin kittens jonger dan 8 weken te vaccineren, omdat ze dan nog onder invloed zijn van antistoffen van de moeder. Deze zorgen ervoor dat het kitten niet zelf antistoffen maakt nog.

In tegenstelling tot de vaccinatie tegen niesziekte hoeft daarna slechts 1x per 2 jaar tegen kattenziekte gevaccineerd te worden.
Sommige pensions eisen echter wel een jaarlijkse herhaling.

Niesziekte

Niesziekte is een uiterst besmettelijke, maar bijna nooit gevaarlijke, kattengriep.

Jonge katjes en zwakke dieren kunnen er echter toch dood aan gaan ten gevolge van de complicaties.


Het virus tast de bovenste luchtwegen aan.
Het ziektebeeld is herkenbaar aan een snotneus, niezen, ontstoken ogen en koorts.
Vaak heeft de kat niet al deze verschijnselen tegelijk en merkt u alleen dat de kat ďniet helemaal zichzelfĒis, wat schor is of wat moeilijker slikt.
De verschijnselen kunnen heel subtiel zijn.
In ernstige gevallen krijgt de kat een ontstoken tong, bronchitis of zelfs longontsteking.

Verschillende micro-organismen, waaronder enkele virussen (Calici- en Herpesvirussen), kunnen het ziektebeeld veroorzaken.
De bijkomende bacteriŽle (oa Bordetella bronchiseptica) infecties brengen de ernstiger complicaties met zich mee.


Indien een kat eenmaal is besmet, zal het dier meestal drager van het virus blijven.

Na stress, hetgeen de werking van het immuunsysteem onderdrukt, kan zo'n dier opnieuw gaan niezen.
Mogelijke oorzaken van stress zijn velerlei, bijvoorbeeld een operatie, verhuizing, opname in een pension of de komst van een nieuwe kat.

Verspreiding gebeurt via direct contact en via de uitademingslucht of druppeltjes bij niezen.

Kort geleden is een nieuw niesziektevaccin op de markt verschenen, dat een verbeterde bescherming biedt. Dit was nodig, omdat nogal wat virussen in de loop van tientallen jaren veranderd waren en bescherming tekort dreigde te schieten.

Sommige kattenpensions stellen een extra neusdruppelvaccin verplicht. Dit vaccin is ontwikkeld ter bescherming tegen bovengenoemde bacterie Bordetella bronchiseptica (Bb). Deze bacterie is al langer bekend als (mede-)veroorzaker van kennelhoest bij honden. Besmetting tussen honden en katten onderling kan voorkomen. Katten die besmet zijn met deze bacterie dragen deze vaak bij zich zonder symptomen te vertonen zolang ze thuis zijn, maar door de stress van de pensionopname kan dit veranderen. Deze beschermende druppel kan gegeven worden bij katten vanaf de leeftijd van 1 maand, werkt al na 72 uur en beschermt gedurende 1 jaar.

VACCINATIESCHEMA NIESZIEKTE

De 1e vaccinatie wordt op 8 weken leeftijd gegeven en herhaald op 12 weken leeftijd en daarna op 12 maanden.

Vervolgens is 1x per jaar vaccineren tegen niesziekte dringend aan te raden.

Dit is als richtlijn opgesteld door de European Advisory Board on Cat Disease (ABCD).

Deze Europese adviesraad heeft februari 2007 haar 5e vergadering afgerond en daarbij oa als extra advies uitgebracht om in hoog-risico situaties (zoals asiels, kattenpensions en groepsgewijs gehouden katten) een 3e dosis te geven als kittens 16 weken oud zijn. Dit geldt vooral voor omstandigheden waar het virus reeds ziekte veroorzaakte in gevaccineerde kittens.

LET OP
Soms komt het voor dat kattenpensions niet van plan zijn zich te houden aan de zeer zorgvuldig opgestelde adviezen van wetenschappers en stellen ze eisen die anders zijn.
Als dierenarts staan wij daar machteloos tegenover: als zij een eis stellen en uw dier anders niet toe willen laten, dan kunnen zij dat gewoon doen.
Vraag daarom voor de veiligheid na of er bij het pension van uw keuze nog aanvullende voorwaarden zijn. Dat kan vervelende situaties voorkomen!