Welkom > Hond > De pup

De pup

Vaccinatie van pups

Over de hele wereld komen miljoenen ziektekiemen voor. Omdat het lichaam over een uitstekend afweersysteem beschikt, het immuunsysteem, worden mensen en dieren niet van elke kiem ziek.
Zodra het lichaam in aanraking komt met ziekteverwekkers maakt dit systeem daar antistoffen tegen aan. Zo bouwt het lichaam weerstand op en wordt het dier niet ziek.

Een vaccin is een vloeistof met daarin de ziektekiem waartegen het dier beschermd moet worden.
Deze kiem is onschadelijk gemaakt, maar wordt nog wel herkend door het afweersysteem.
Als reactie hierop worden antistoffen gemaakt, waardoor het dier, als hij met de “echte “ ziektekiem in aanraking komt, niet ziek wordt.

  1. Pups krijgen via de moedermelk antistoffen binnen. Hierdoor zijn ze de eerste 6 weken goed beschermd tegen mogelijke infecties. '
  2. Daarna krijgen alle pups op 6, 9 en 12 weken een vaccinatie. De weerstand die ze daarmee opbouwen beschermt ze tot ze één jaar oud zijn.
  3. Om de weerstand op peil te houden, moet daarna opnieuw gevaccineerd worden.

Voeding van de pup

Vaak wordt ons gevraagd hoeveel voer de zojuist aangeschafte pup precies mag hebben. Men is vaak heel gemotiveerd en bereid om met maatbekers alles precies af te wegen. Helaas zijn er op die manier geen strikte houvasten te geven en helaas gaat er ook nog al eens iets fout.

De groei en ontwikkeling is bij de pup een heel gevoelige fase en de gezondheid op latere leeftijd kan beļnvloed worden door de voeding op jonge leeftijd.

Onderzoek heeft aangetoond dat veel bot- en gewrichtsaandoeningen, waaronder heupdysplasie (HD) met de voeding van de pup kunnen samenhangen.
Met name is dit van belang bij de grotere rassen (meestal meer dan 30 kilo).

Vooral bij pups van de grote, snelgroeiende rassen is het bijzonder belangrijk dat er voer van een gerenommeerd merk wordt gegeven! Het belang van uitgebalanceerde gehalten in het voer aan o.a. calcium, fosfor, eiwit en energie kan niet genoeg benadrukt worden. Daarnaast bevatten deze voeders een hoog gehalte aan specifieke Omega-3 vetzuren. Deze vetzuren ondersteunen de ontwikkeling van de hersenen en gezichtsvermogen van de pup en helpen ook bij het verkrijgen van een prachtige huid en vacht.

Er is voor gezorgd dat er een matige energiedichtheid is in het voer. Dit voorkomt dat uw hond snel te dik zal worden. Hetgeen overigens niet inhoudt dat u niet zelf ook erg goed naar uw hond moet kijken dat hij niet toch te dik wordt met de aanbevolen hoeveelheden voer die op het pak staan. De "gemiddelde" hond bestaat tenslotte niet!

Nog even een opmerking over snoepen van uw hond. Wist u dat voor een hond van 10 kg 1 koekje hetzelfde betekentn in calorieėn voor een volwassen mens van 1.65 m als een hele hamburger of chocoladereep? En bijvoorbeeld 25 gram kaas (minder dan 1 plakje) hetzelfde als 2,5 hamburgers of 1,5 chocoladereep?

Een snel groeiende hond moet natuurlijk veel eten, maar maximale groei is zeker niet hetzelfde als optimale groei. Hiermee bedoelen we dat het soms beter is wat minder snel te groeien. Wat daarnaast enorm belangrijk is, is zorgen dat de pup geen overgewicht krijgt: maak van een pup geen mollige mensenbaby!

Graag willen we proberen u toch wat vuistregels te geven via onderstaande tabellen.
Ras en geslacht maakt ontzettend veel uit.
Het is van belang de dagelijkse hoeveelheid voeding te baseren op het geschatte volwassen gewicht in plaats van op het huidige gewicht van de pup.
Met behulp van onderstaande tabellen kunt u een SCHATTING MAKEN VAN HET VOLWASSEN GEWICHT VAN UW PUP OP GROND VAN ZIJN RAS EN ZIJN GESLACHT.


Tabel 1. Variatie in refentiegewicht bij reuen en teven van een aantal kleine rassen.

Kleine rassen Gemiddeld gewicht voor reuen
Gemiddeld gewicht voor teven
Chihuahua 2.0 ± 0.6 kg
1.5 ± 0.4 kg
Yorkshire 2.6 ± 0.5 kg
2.3 ± 0.5 kg
It. windhond
4.1 ± 0.5 kg 4.6 ± 0.1 kg
Shi Tzu
5.8 ± 1.3 kg
5.0 ± 0.8 kg
Dwergpoedel 5.8 ± 1.4 kg
5.0 ± 0.8 kg
WHW Terriėr
7.5 ± 1.2 kg
6.9 ± 0.6 kg
Cairn Terriėr
8.1 ± 0.2 kg
7.4 ± 1.2 kg
Teckel 9.2 ± 1.2 kg
7.5 ± 1.8 kg

Tabel 2. Variatie in referentiegewicht bij reuen en teven van een aantal middelgrote rassen.

Middelgrote rassen
Gemiddeld gewicht voor reuen
Gemiddeld gewicht voor teven
Pyrenese Herder
12.8 ± 2.8 kg
13.4 ± 3.8 kg
Franse Bulldog
13.0 ± 1.6 kg
11.3 ± 1.9 kg
Cocker Spaniel
13.0 ± 2.3 kg
11.8 ± 1.0 kg
Whippet 13.9 ± 1.1 kg
11.7 ± 0.7 kg
Staff. Bull Terriėr
24.0 ± 1.1 kg
21.0 ± 1.4 kg
Engelse Bulldog
26.0 ± 4.3 kg
22.4 ± 3.6 kg
Collie 23.9 ± 0.5 kg
19.8 ±2.0 kg
Siberische Husky
24.0 ± 0.9 kg
18.5 ± 1.0 kg
Shar Pei
24.9 ± 1.7 kg
18.4 ± 0.6 kg

Tabel 3. Variatie in referentiegewicht bij reuen en teven van een aantal grote rassen.

Grote rassen
Gemiddeld gewicht voor reuen Gemiddeld gewicht voor teven
Ierse Setter
26.1 ± 1.9 kg
25.5 ± 4.5 kg
Mech. Herder
27.1 ± 4.5 kg
23.2 ± 2.0 kg
Duitse Pointer
28.5 ± 0.9 kg
24.6 ± 2.3 kg
Weimaraner
33.6 ± 3.7 kg
30.5 ± 4.3 kg
Gold. Retriever
33.7 ± 3.4 kg
30.4 ± 3.6 kg
Boxer 33.9 ± 3.5 kg
28.8 ± 2.4 kg
Labrador 35.5 ± 4.5 kg
30.7 ± 3.4 kg
Duitse Herder
35.9 ± 3.6 kg
28.4 ± 2.7 kg
Dobermann 39.0 ± 5.5 kg
28.5 ± 5.0 kg

Tabel 4. Variatie in referentiegewicht bij reuen en teven van een aantal zeer grote rassen.

Reuzenrassen Gemiddeld gwicht voor reuen Gemiddeld gewicht vor teven
Rottweiler 46.8 ± 4.8 kg
39.7 ± 4.9 kg
Bern. Sennenhond
49.9 ± 6.9 kg
43.3 ± 6.5 kg
Leonberger 57.0 ± 6.4 kg
49.9 ± 6.8 kg
Bordeaux Dog
58.6 ± 7.3 kg
46.8 ± 7.5 kg
Bull Mastiff
58.8 ± 7.5 kg
47.7 ± 6.4 kg
Ierse Wofshond
63.1 ± 1.4 kg
54.3 ± 4.9 kg
Newfoundlander 63.5 ± 6.2 kg
51.1 ± 8.6 kg
Duitse Dog
70.5 ± 8.2 kg
56.6 ± 7.1 kg
Sint Bernard
81.5 ± 7.2 kg
61.0 ± 8.9 kg
Mastiff 87.0 ± 10.5 kg
71.6 ± 9.2 kg

Realiseer u verder dat een hond van een klein/toy ras als volwassen wordt beschouwd rond de leeftijd van ongeveer 9 maanden, terwijl de volwassenheid bij de grootste rassen pas wordt bereikt vanaf een leeftijd van ongeveer 15 maanden. Ook daarmee zult u bij het voeren rekening moeten houden.

Een VUISTREGEL die ook wel gehanteerd wordt:

een ras dat op volwassen leeftijd gemiddeld 30 tot 35 kg weegt (bv Labrador Retrievers en Duitse Herders) mag per dag niet meer dan 150 gram in gewicht toenemen. Bovendien mag hij op een leeftijd van 6 maanden niet meer wegen dan 65% van het volwassen gewicht.

Tandwisseling bij de pup.

De leeftijd waarop de melktanden doorbreken kunnen van ras tot ras een weinig verschillen. Hetzelfde geldt voor de volgorde waarin ze doorbreken en waarin de gebitselementen gewisseld worden voor permanente elementen.

We hebben gemerkt dat veel mensen dit leuke informatie vinden. Daarom dit plekje op onze site.

Doorbraaktijdstip melkgebit

Snijtanden: op leeftijd van 3 tot 4 weken. Meestal wisselen de snijtanden eerst in de onderkaak en dan in de bovenkaak.

Hoektanden: op leeftijd van 3 tot 5 weken. Ook hier weer meestal eerst in de onderkaak en dan in de bovenkaak.

Premolaren: op leeftijd van 4 tot 12 weken.


Wisseltijdstip blijvend gebit

Snijtanden: op leeftijd van 3 tot 5 maanden.

Hoektanden: op leeftijd van 5 tot 7 maanden.

Premolaren: op leeftijd van 4 tot 6 maanden.

Molaren (blijvende kiezen): op leeftijd van 4 tot 7 maanden.