Welkom > Hond > De oudere hond > Voeding

Voeding

Oud worden gaat vanzelf, daar kun je niets aan doen en dat moet je maar accepteren” was een van de vele wijsheden van wijlen mijn oma.
Dit lijkt een waarheid als een koe, maar is volgens de moderne wetenschap niet altijd waar.

Inmiddels is bekend dat sommige problemen die bij mensen altijd als “normale veroudering” werden gezien in werkelijkheid veroorzaakt blijken te kunnen worden door ziektes.
Hierbij kun je denken aan ouderdomsdoofheid en soms bij stijf en stram worden.

Helaas betekent dit niet ook meteen dat er ook overal oplossingen voor bestaan, maar sinds in de humane geneeskunde geriatrie een officieel specialisme is, wordt er wel steeds meer onderzoek naar gedaan.

Ook in de diergeneeskunde gaat het oudere dier een steeds belangrijker rol spelen.

Onderzoek heeft aangetoond dat voeding een hele grote rol kan spelen bij zowel het behandelen van gezondheidsproblemen als het voorkomen daarvan bij oudere dieren.

Deze onderzoeken zijn zeer indrukwekkend: het is bijna griezelig om je te realiseren dat voeding echt zo’n grote rol kan spelen bij het al dan niet ontwikkelen van bv kanker, het goed blijven functioneren van je organen en gewrichten en zelfs de leeftijd waarop je dood gaat.



Als het er op aan komt is het bij dieren makkelijker om aan de voorwaarden van de juiste voeding bij de juiste leeftijd te voldoen dan bij mensen. Tenslotte eten wij geen hapklare brokken…!


De leeftijden waarop ouderdomsaandoeningen beginnen en aanpassing van voeding van belang kan zijn, varieert per grootte van de hond

  • bij kleine en middelgrote honden vanaf +- 11 a 12 jaar,
  • bij grote rassen vanaf 9 jaar,
  • bij reuzenrassen al vanaf 7 jaar